In elk Fries ziekenhuis staat een operatierobot. Dat is uniek in Nederland. Chirurgen Frederike Grimme (Leeuwarden en Drachten) en Robert-Jan Coelen (Drachten) leggen uit wat die investering oplevert.
Geen apparaat dat zelf iets doet
Robotchirurgie bestaat al jaren. Via de urologie deed de techniek in Nederland haar intrede en inmiddels werken chirurgen in het hele land ermee. Toch is er iets bijzonders aan de hand in Friesland. “In ieder ziekenhuis hier hebben we zo’n robot staan om ons te helpen met ons werk. Er is nergens een provincie waar ieder ziekenhuis een robot heeft”, zegt Frederike Grimme.
Het woord robot dekt de lading niet, benadrukt ze. “Het doet niks uit zichzelf. Het wordt met joysticks bediend.” Aan het systeem hangen de instrumenten die in de patiënt gaan. De chirurg stuurt ze aan en kijkt mee via een 3D-beeld dat scherper en verder ingezoomd is dan bij een gewone kijkoperatie.
Rechtop achter de joysticks
Patiënten merken het verschil. Bij endeldarmoperaties komen de fijne instrumenten moeiteloos in een nauw bekken. En bij buikwandoperaties, zegt Robert-Jan Coelen, moet je bij een gewone kijkoperatie naar het plafond toe werken. “Dat is als chirurg bijna ergonomisch onmogelijk. Met die robot kan het juist wel.” Waar eerder een grote snee nodig was, lukt het nu steeds vaker zonder. Dat scheelt in het herstel.
Daarnaast verandert de houding van de chirurg. Waar chirurgen zich vroeger urenlang scheefgehangen over een patiënt bogen, zitten ze nu comfortabel. “Je houdt energie over en je kunt je aandacht beter investeren”, zegt ze. Preciezer werken betekent bovendien minder pogingen om iets voor elkaar te krijgen.
Elk ziekenhuis zijn eigen profiel
Naast dikkedarmchirurgie op alle locaties, hebben de Friese ziekenhuizen elk een eigen accent. De chirurgen in Leeuwarden richten zich op endeldarm-, long-, lever- en alvleesklierchirurgie. Heerenveen richt zich op complexe buikwandoperaties, Sneek op endeldarmchirurgie, middenrifbreuk- en maagzuuroperaties en Drachten op minimaal invasief opereren in hoog volume. ,,Voor patiënten en onszelf is het veel fijner opereren”, zegt Grimme over de keuze erachter. Bestuurders zien er ook een manier in om patiënten te behouden en personeel te trekken.
Wie met de robot begint, doorloopt een heel curriculum. Coelen: “Je traint eerst tientallen uren op een simulator, een beetje zoals een piloot. Daarna kijk je mee bij een collega in een ander ziekenhuis en ga je tien keer aan de operatietafel zitten om te leren koppelen en instrumenten te wisselen.” Pas daarna opereert hij onder begeleiding van een proctor, een zeer ervaren robotchirurg.
Fitter om vijf uur
De robot maakt het ook heel eenvoudig om samen complexe casus te opereren. Samen opereren gaat met een timer: om de 20 minuten wisselen de twee van plek. Daarnaast levert een tweede chirurg meekijken soms net een andere route op en het houdt iedereen scherp. “Als je zo’n dag twee darmoperaties hebt gedaan, ben je om vijf uur niet zo uitgeblust als vroeger”, stellen beiden. Ruimte genoeg voor een rondje hardlopen om het hoofd leeg te maken.
De techniek staat niet stil. In de toekomst zal het gemakkelijker worden om 3D-beelden van CT-scans als overlay op het operatiebeeld te krijgen, zodat de vooraf bepaalde route tijdens de ingreep zichtbaar is. Belangrijker nog is de toegang. ,,Het maakt niet uit naar welk ziekenhuis je gaat”, aldus Coelen. Daarmee is hoogwaardige zorg voor iedere patiënt beter bereikbaar, ongeacht waar die wordt behandeld.