Ik ben beslist geen expert, maar mijn algemene indruk is dat het onderwijs in Nederland redelijk bedeeld is met overheidsgeld voor projecten. Met name als het gaat om projecten die de beruchte kloof tussen onderwijs en bedrijfsleven verkleinen, ben ik daar ook helemaal vóór. Want in vele sectoren is er nog steeds een gierend tekort aan mensen.
Tegelijkertijd vermoed ik dat het onderwijs van onderop drastisch gerenoveerd zou moeten worden. Méér geld zou moeten betekenen: kleinere groepen en vooral méér ruimte voor het unieke, afwijkende individu. Wat zouden we veel leed kunnen besparen als we de ADD’er, de ADHD’er, de autist, het hoogbegaafde meisje of jongetje sneller zouden herkennen en de ruimte zouden geven om zichzelf te zijn. Met goede begeleiding zou dit fantastische ideeën opleveren voor de samenleving. Nog te vaak worden de ‘afwijkende’ leerlingen echter bij het halfjaarlijks ouder-gesprek op school als probleemgeval gezien. De unieke werking van hun brein wordt niet begrepen.
Over kinderen gesproken: die proberen we vanaf de basisschool zo snel als het kan voor te bereiden op een leven in een maatschappij waar volwassenen de norm bepalen. Maar, is dat wel zo logisch? Zou het innovatieve bedrijfsleven bij de zoektocht naar slimme oplossingen juist niet enorm gebaat zijn bij méér kinderlijkheid? Albert Einstein merkte al op: ‘Play is the highest form of research.’ Kinderen testen voortdurend hypotheses. Wat gebeurt er als ik dit doe? En dit? Ze zijn niet bang om ongelijk te hebben, want ongelijk hebben is gewoon informatie. Kinderen stellen bovendien vragen waar volwassenen omheen lopen. Waarom eigenlijk? Waarom zo? Kan het ook anders?
Als ik minister van onderwijs was zou ik ervoor zorgen dat alle kinderen tenminste nog drie jaar langer echt kind mogen zijn in het leven. En kinderen met een zogenaamde ‘stoornis’ zouden wat mij betreft een speciaal plekje krijgen. Misschien zelfs per kind een begeleidingsbudget, waarmee de denkwereld van deze unieke landgenoten niet direct in de kiem wordt gesmoord, maar juist op een klein voetstukje wordt geplaatst en steun krijgt. Voor het innovatieve bedrijfsleven zou dat een zegen zijn. De meeste doorbraken beginnen immers niet met een businessplan, maar met een kinderlijke ‘wat als’.
Menno Bakker
